4. Peter 4‑12‑1645,
overl. na 1700,
Petrus
zn.v. Hendricus Dionisij en Elisabeta Petri, S. Gijsbertus Antonij, Catarina
Petri
huwt(1) StO 25‑2‑1686 Maria Frens Hermans (=Maria Laurussen), geb. Breugel
ca. 1660, overl. voor 1693; hieruit :
Peter Handrick Denisse woont te Olland, is doopgetuige bij kinderen van Willem Janssen van Liempt en Maria Jacobs van Oirschot
Peeter Handrick Denis van Heretum, ca. 34 jaar, huwt StO
Sch. 25‑2‑1686 Maria Frans Hermans, geb. Breugel, ca. 26 jr. (R162
f.17, ref. GTOB 1991 p.184).
>hij komt voor op blad 32 van het verpondingscohier van Olland van 1693
4.1. Hendrick, (ref.
hoofdgeldijst 1698)
vermeld op 21-7-1694
hij huwt(2) StO 30‑5‑1693
Catarina Sijmons;
BHIC
7636 Inv.nr. 163 jaar 1693 folio 375 Huwelijk 30 meij 1693. Peeter Evert Handrick Denis out 40 jaeren ende Cathalijn Sijmons jonge dochter out 34 jaeren wonende
onder Kasteren (ref. WDvdM)
Peter Evert Handrick Denisse, 40 jr., wedr.v. Mari
Laurenssen, huwt StO Sch. 30‑5‑1693 Cathelijn Sijmons, 37
jr., won. Kasteren (R163 f.192, ref. GTOB 1991 p.182)
“Peter Evert Handrick Denissen” is een vergissing, moet zijn: Peter Handrick
Denissen. Zijn broer Evert Handrick Denissen was in 1690 overleden.
StO ORA Inv.nr. 4970 Notaris Gerard Stanssen
Molemakers 21 julij 1694 folio 91 v
Testament van Peeter Handrick Denisse ende Catelijn Sijmons echte bedde genote.
Genoemde personen: het eenich kint verweckt bijde voorschreven Peeter ende
Maria Lauwrussen sijne eerste huijsvrouw. Geritien Handrick Denis sijne halft
suster.
hieruit te StO:
4.2. Maria 30‑3‑1697 dr.v. Petrus Handrix en Catarina, S. Ioannes Handrix, Helena Fransen (is Helena Fransen een zuster van Maria Frens Hermans?)
4.3. Elisabeta 23‑7‑1698 dr.v. Petrus Hendrix en Catarina, S. Petrus Peters, Ioanna Iansen
4.4. Ioannes 10‑8‑1700 zn.v. Petrus Handrix Denisse en Catarina, S. Petrus Ian Ariens, Henrica Clasen
5. Anna 1-4-1647, S. Joes Jois, Domina Heerstums loco Maria Jois;
3. Catharina
(Cathelijn), geb. ca. 1606-1607, overl. na
1662;
huwt StO 26‑3‑1645 Jan Jan
Anthonis (Vogels), zn.v. Jan Anthonis Vogels
en Ida Claes Mercx; zij wonen op Cremselaar;
StO tr.
26-3-1645 Joes Jois Antoni en Catharina Wilhelmi, get. Theodorus Christiani,
Walterus Vogels
>Jan Jan Thonis is van 24-6-1647 tot 24-6-1648 borgemeester van de hoek
Olland en Houtem (ref. Mommers)
hieruit te StO:
3.1. Joannes
15-1-1646;
Joannes f. Jois
Jois Antonij, Catharina, S. Petrus Jois, Catharina Aegidij (ref. scan akte)
3.2. Willem 18‑1‑1648;
Guilielmus zn.v.
Joannes Jansen en Catharina, S. Henricus Dyonisius, Aleidis Peters
In 1702 is een Jan Jan Thonis overleden, zonder wettige nakomelingen na te laten
BHIC 7636 Inv.nr. 166 jaar 1702 folio 377 +380 Taxatie vande naer gelatene goederen die welcke Jan Jan Thonis metter doot geruijmpt ende naergelaten heeft, ende is die selve Jan sonder wettige geboorte naer te laten binnen deeser vrijheijt Sint Oedenrode in 1702 comen te overlijden. O.a. een huijsken ende hoff, gestaen in eene camp gelegen opt Cremselaer, de eene sijde de weduwe Tonis Tonisse, de andere sijde de kinderen Tonis Goorts.
BHIC 7636 Inv.nr. 114 dd. 4‑1‑1639
folio 66 Jan sone wijlen Jan Thonis. Wouter Jan Thonis, Rutt
Gijsbert Cluijtmans als man ende momboir van Maijcken zijne wittighe
huijsvrouwe. Jan Gijsbert van Liemde als wittigh man ende momber van Stouwken
zijne wettige huijsvrouw ende Marten Adriaens wonende tot Schijndel, mitsgaders
Jan Jan Thonis voorschreven. Alle momboren ende curateuren vande onbeaerde
kijnderen wijlen Thonis Janssen ende mede Jacop Thonis als responderende voor
sijnen persoon, hebben alhier gecompareert. Alle wettighe kijnderen ende
erfgenamen wijlen Jan Thonis verweckt bij Ida dochter wijlen Niclaes Merckx
zijne wettighe huijsvrouwe. Die welcke hebben bekent ende beleden dat zij
hebben gescheijden ende gedeijlt seckere henne erfgoederen, hen aengecomen ende
aen verstorven van wijlen henne ouderen voirschreven, zoo zij verclaerde, het
zij hoe ofte tott wadt plaetse de zelve zoude mogen wesen ofte zijn geleghen.
Aen o.a. Ruth Gijsbert Cluijtmans een stuck ackerlants, groot omtrent een
lopensaet ofte soo groot ende cleijn het selve bevonden zouden moghen worden
binnen deser prochie van Sint Oedenrode in het Sloot, onder den hertganck
Ollant ende Houthem, met alle de potagie daer aen dependerende, hierinne
gereserveert de drie beste eijcke bomen die welcke haere gelijcke condividenten
sullen competeren, ende de selve te ruijmen nu tot meij ierstcomende. Geleghen
beneffens erfenisse Wouter Jan Thonis het eene sijde mede condividenten, dander
sijde aende gemeijn straete deen eijnde aen het goet van Jan Hulssen,
streckende metten andere eijnde aende gemeijnte aldaer. Item zoo is hier inne
noch wel ende expresselijcken geconditioneert, dat het hecken
tegenwoordelijcken hanghende op dit voorschreven ierstelijck loth nu tot meij
ierst comende zal worden gehanghen op het derde loth. Dat zij gelijcke
condividenten het voorschreven hecken sullen moeten helpen repareren.
(ref.
WDvdM)
4. Jan Willems, ged. 22‑4‑1608, volgt IV, pag. 28;

StO doop 22‑4‑1608
Joannes filius Wilhelmi Joannis et Barbarae uxoris eius, Susceptores Hubertus
Matthiae Liemdensis* et Yda uxor Christiani Godefridi Schindelensis
* Huijbert Mathijssen van Liempde is molenaar op de watermolen van Casteren
(Liempde) – is er een familierelatie tussen hem en Willem Jan Jacobs / Barbara
Everts Driessen?
5. Ida (Eijke/
Iken), ged. 13‑2‑1611, overl. na 24‑5‑1656,
voor 6-4-1659, ongehuwd;
StO doop 13‑2‑1611
bapt. est filia GuWylhelmi Jois Jacobi N. Ida, Susceptores Walterus Jois
Adriani*, Catharina Henrici Adriani (ref. scan akte)
zij is
doopgetuige bij de doop van Willem zn.v. Jan Willems te Olland op 24‑5‑1656
* Wouter Jan Ariens is geh.m. Elisabeth Evert Willems, dr.v. Evert Willems (Driessen) en Geertruijt; beiden worden genoemd in 1629:
BHIC 7636 Inv.nr. 112 jaar 1629 folio 327 Wouter soene Jan Ariens als man ende momboir van Elisabeth zijn huijsvrouw dochter wijlen Evert Willems ende Gertruijt zijn huijsvrouwe. Heeft vercooft heere ende