Er zijn zodoende verschillende aanwijzingen dat de naam "van Liempt" hierboven een alias is van "Van de Morselaer. Dit geldt voor:
1. Jan Janssen (Hendrikssoon) van Liempt / van de Morselaer, gehuwd verm. 18‑2‑1624 met Anneke Geerit Arts van Gerwen
2. Jan Peter Janssen van Liempt / van de Morselaer/ Maesen?, gehuwd 27‑10‑1644 met Merike Gijsbert Wouters van Roest; huwde hij eerder vóór 1633 met Maria Adriaen Hurkens?
BHIC
toeg.nr. 482 Schepenbank Liempde
inv.nr. 541 Lijske, weduwe Jan Peter
Buters, 1653
inv.nr. 544 Jan Jansen Peters, 1653
Verpondingsboek Raad van State van 1661 (RANB toeg. 360 inv. 333)
Jan Janssen (de) Metser genoemd te Casteren op f. 11 als
"prop. van de Groot Zeepacker (43 R.), met desselffs driesacker, kleinste
zeep, daesdonck, en halff zeep", totaal aangeslagen voor 2 gld. 7 st. 11
penn. Hierbij staat in de marge: "te Deursen".
Vervolgens: Jenneken Jan de Metser, Jan Wilms prop. van Jan de Metser, lant
half gent. de Braeck ("Vucht"), en op f. 14: Jan de Metser cum
suis ½ Bemerken 0‑5‑0,
vervolgens Den Ollandse Beempt tot Casteren 3‑10‑0.
De post boven Jan Janssen Metser op f. 11, ook te Casteren, is:
Henrick Janssen Mettser ‑ prop. van een huijs ½ en lant daeraen ‑ 1
Loop 34 R., 1‑1‑0;
desselffs lant neffens den fraters 1 lop., desselffs dries, lant en
houtwas 49 ½ R. Totaal 2‑10‑14
Not. Van den Heuvel (RANB toeg. 054.010 inv. 13 fol.373)
Schijndelse inwoners leggen een verklaring af over de
aankoop van stenen bij de steenoven van Adriaen Lamberts [van der Heijden] te
Olland in verband met het metselen van een schouw ‑ 4 juni 1658.
V Willem Janssen van Liempt,, gedoopt St. Oedenrode (Olland) 24‑5‑1656, overl. tussen 12‑9‑1730 en 19‑10‑1734, woont in 1693 in Olland‑Houtem onder Sint‑Oedenrode en bezit daar huis, hof en land "aan de Hoolstraat" (ref. Verpondingsregister StO 1693)
Willem Janssen van Liempt is op 11‑10‑1725 doopget. bij
Joanna dr.v. Aart van Liempt, en wordt in 1729 genoemd in het testament van
Maria Aerts van Oirschot. Op 19‑10‑1734 **** wordt hij vermeld als
wijlen.
Erfdeling voor schepenen van St. Oedenrode op 16‑4‑1750 van zijn
bezittingen, zijnde enkele stukken land
hij
huwt(1) ca. 1684/85 Catarina,
overl. voor 1690, verm. geb. ca. 1662, verm. dr.v. Denis Sijmon Willems en Catarina Jan Tijs Versantvoort;
Catharina Jan Tijsen
is gedoopt StO 28‑2‑1633: Catharina dr.v. Joannis Matthei en
Joanna, S. Christianus(?) Joannis en ….. Joannis (doopgetuigen slecht
leesbaar), ref. dtb 3 f.108
hieruit te Sint‑Oedenrode:
1. Joanna 16‑12‑1685, jong
overl.;
Joanna dr.v. Guielmus
Iansen en Catarina, S. Joes Tijsen, Maria Ian Sijmens
2. Wilhelma (Willemke)
21‑1‑1689, begr. Veghel 19‑4‑1749,
Wilhelma dr.v.
Wilhelmus Ians en Catarina, S. Eduardus Denis, Catarina Ians
(Eduardus Denis is vermoedelijk een broer van Catarina Denis Sijmons (vlg.
cijnspost waren er 5 kinderen), Catarina Ians kan Willems tante Catharina
geh.m. Jan Jan Anthonis zijn, of Catharina Thomas de Ruijter, weduwe van
Willems broer Ruth, nu geh.m. Jan Jan Claessen)
Begr. Veghel 19‑4‑1749 Wilhelma uxor Godefridi van Boxtel (ref. DTB
Veghel 1700‑1750, f. 409, BHIC scan acte)
zij huwt(1) StO Sch. 24‑4/9‑5‑1723 (RK 9‑5‑1723) Gerit Janssen van de Laak, geb. ca. 1685, overl. ca. 1733, wedr.v. Marie Wouter Pauwelse van der Schoot (geh. 21‑1‑1713/14), zn.v. Jan Lambers van de Laak en Peterke Willem Fransen der Kinderen (ref. JvdL); wonend "op Everse";
StO ORA Inv.nr. 178 jaar 1733 folio 68 Soo heeft Francis de Kort in
geregte verpagting uijgegeven aan Jan Hendrix van de Groenendaal die de huering
heeft aangenomen, sijne erve aan de Eversche, bestaande in huijs, schuer, teul,
weij ende hoijlandt in sulke groote ende voegen als Geerit Jansse van de Laak
in sijn gebruijk heeft gehad.
uit het eerste huwelijk van
Gerrit van de Laak met Marie Wouters van der Schoot is er een dochter, vermeld
in 1728, 1729, 1733 en 1734.
uit dit huwelijk:
2.1. Gerrit, geb. verm. na maart 1726,
overl. tussen 15‑2‑1735 en 16‑4‑1750;
Op 15‑2‑1735
is Jan Janssen van de Laak voogd over
Gerrit, zn.v. Willemke.
StO ORA Inv.nr. 176 jaar 1728 folio 53 Gerart van de Laak en
Peeter Wouters van der Schoot, als momboiren over het onmundige kint van den
eerste comparant in egte verwekt bij Marie Wouters van der Schoot.
StO ORA Inv.nr. 176 jaar 1729 folio 138 Marie Huijbert Gielen van
Boekel als eerstelijk getrout sijnde geweest met Hendrik van der Schoot en nu
hertrout met Aart Willems van Dijk, hier mede compareerde en geassisteert met
sijn huijsvrouw, die welke verclaarde te cederen ende te derven het regt van
togt haar comparante competerende in alsulke vaste en onroerende goederen als
sij comparante met voorschreven Hendrik van der Schoot haeren eerste man
zaliger te samen hebben beseten, soo en in dier voegen alhier binnen dese vrijheijt
gelegen sijn, en van haar man gecomen en bij de comparante nog wert beseten.
Aan Peeter, Jan, Hendrik en Jen Wouters van der Schoot, mitsgaders Gerrit van
de Laak als in huwelijk hebbende gehad Maria Wouters van der Schoot, als vader
en voogt over sijne onmundige dogter ten behoeve van de voorschreven
onmundige.
StO ORA Inv.nr. 178 jaar 1733 folio 112 Jan Jansse van de Laak als
momboir beneffens Peeter Wouter van der Schoot over het onmundige kint van
wijlen Geerit Jansse van de Laak in egte verwekt bij wijle Marie Wouter
Paulusse van der Schoot. En heeft gelooft dat hij de goederen vant onmundige
wel en getrouwelijk sulle gade slaan en administreren.
Willemke
Willems van Liempt huwt(2) StO Sch. 25‑4/10‑5‑1733 Goort (Godefridus) van Boxtel, overl. na 1750, voor 9‑8‑1766,
weduwnaar van Henrica Jan Sijmens;
hieruit geen kinderen.
StO Sch. o.tr./tr. 25‑4/10‑5‑1733 Willemijn
Jansen van Liempt, .....
Begr. Veghel 11‑1‑1733 Henrica uxor Godefridi van Boxtel (ref. DTB
Veghel 1700‑1750, f. 393, BHIC scan acte)