Ondertekend als “Dirck
Huijberts Matijsen”.

>Neesken wed.v. Dirck
Huijbert Mathijssen maakt testament in 1653 (ref. ORA Liempde, BHIC toeg. 482
inv.nr. 540)
>Boedeldeling voor schepenen van Boxtel vóór 21-3-1665 (wordt naar verwezen
in akte dd. 21-3-1665 Not. van den Heuvel Toegangsnr. 5116 inv. 4 pag. 512)
hieruit:
2.1. Mathijs, overl. na 1649
hij krijgt uit de nalatenschap van zijn ouders 500 gulden,. vóórdat de rest
gelijkelijk verdeeld wordt
2.2. Jan, overl. na 1649, na okt. 1675
2.3. Aleken, overl. na 1649, na okt. 1675, huwt Wouter Henrick Paulsen, overl. voor okt. 1675
2.4. Mayken, overl. na 1649, voor
21-3-1665, huwt(1) Evert Peters van de Water, (2) Gerrit Henricks van Pincxten;
boedelbeschrijving 21-3-1665 (Not. SMG);
deling tussen 3 voor- en x nakinderen dd. 4-10-1675
2.5. Dircxken, overl. na 1649
2.6. Adriaan, overl. na 1678, vermeld
als Ariaen Dierck Huijpen en Adriaen Dirck Huijbers in erfdelingsaktenakten dd.
21-4-1662, 23-11-1678; molenaar te Casteren (ref. Br.L.)
>hij verwekt een natuurlijke zoon Handrick (Ariens) bij Meriken Laureijns
Janssen Hessels (haar testament waarin hij vermeld wordt dd. 31-10-1663 bij
Not. Van den Heuvel)
>hij huwt Aleken Marten Marten Huijberts uit Liempde, hun huw. voorwaarden
voor Not. Van den Heuvel dd. 29-3-1664, getuigen zijn Evert Peters Janssen uit
Liempde en Claes Janssen van den Heuvel uit Gemonde
2.7. Antonius 19-7-1609, overl.
voor 1649;
doop Boxtel 19-7-1609 Anthonius f. Theodori Huberti molitoris et Agnetis, S.
Joannes Henrici, Anna uxor Laurentii Joannis (ref. dopen Boxtel pdf)
2.8. Catelijn, overl. na 1649, verm. geh.m. Stans Stansen Molemaeckers, molenaar te Halder
Mr. Stans Molemaeckers, zn.v.
Stans Stansen Molemaekers, huwt Ie Catelijn Dirk Huyberts, huwt 2e Adriana
Dirks van Thiel. Hij was Mulder op Halder of Nieuw-Herlaer onder St.
Michielsgestel. Beiden compareren 24-11-1668 in N 4723, f. 64. Vgl. ook Tax. XXXVII,
306. Ook in N 4723, f. 82v, wordt hij als „Stans Stansen" 16-5-1669 als
Mulder genoemd. Dezelfde in 's-Bosch R 1642, f. 36, dd. 3-12-1666. Door een
ongelukkig toeval doodde hij een ondergeschikte, waaromtrent meer in N 4722, f.
71, dd. 9-10-1664, toen hij al Mulder op Halder was ; wijders aangaande dit voorval
N. 4723, f. 48, dd. 8-9-1668,, N. 4724, f. 25, dd. 4-1-1673, waarin Hendrick
Michielsen de 15-10-1668 in een gevecht met Mr. Stans Stansen M, verslagene
genoemd wordt, zijnde hij een bloedverwant van de Ie vrouw van Mr. Stans, en in
N. 4724, f. 26, dd. 6-2-1673 waarin Gerit Stansen Molemaeckers, Secretaris van
St. Oedenrode, een broeder heet van Mr. Stans.
Uit het Ie huwelijk o.a. :
l.Dirck, geb. 1651, begr. Aarle-Rixtel 21-8-1719 ongehuwd.
Hij testeert als 18-jarige 31-3-1669 in N 4713, woonachtig toenmaals nog in St.
Michielsgestel.
(ref. Br.L. 1965 p.23 “Mulders in Brabant”)
3. Catelijn,
huwt voor 1622 Gommert Ansems, overl. voor 7-11-1645;
hun testament voor schepenen van Liempde 1641
>Gommert Ansems is doopgetuige in StO op 3-10-1621 bij Jenneke dr.v. Willem
Jan Jacobs en Barbara Evert Willem Driessen
hieruit:
3.1. Elisabeth, in 1663 ongehuwd
10-10-1663 Testament van Elisabeth ongeh. dr.v. Gommaert Ansems te Casteren (Liempde) t.g.v. Adriaen Thomassen haar neef zn.v. Mayken Gommerts zuster v.d. test. hoybeemdken te Casteren gen. de Berghe, Michiel Peter Handrikx haar neef zn.v. Jenneken Gommaerts zuster v.d. test. stuk akkerland te Liempde gen. a.h. Looeijnde gekocht van Jacob Dirck Goyaerts, aan Mayken Gommaerts stuk akkerland te Casteren gen. de Mispelstrepen, etc.
3.2. Mayken, huwt Michiel Henricx van Boeckel, hieruit:
3.2.1. Thomas ca.
1630-1635, huwt voor 1658 Mechteld Marten Matijssen,
hieruit o.a. Martina (1666) die huwt Jan Jan Aerts Hurkens, zie onder Aert
Willem Janssen van Liempt
3.2.2. Huijbert, huwt voor 1673 Maria Heijmons, woont te Liempde (ref. KS)
3.3. Jenneken, huwt Peter
Handrick Gerits
(akte dd. 3-5-1677 voor Not. SMG, hun zoon Gommert is innocent, Jenneke is
weduwe, ref. J. Toirkens)
3.4. Anneken
3.5. Alitken (=Aleken?), huwt Handrick Roelof Santegoets, hun testament dd. 15-6-1662, codicil dd. 5-6-1664 voor Not. Van den Heuvel
4.
Jenneken, huwt Jan Henricks van de Sande, beiden overl. voor 7-11-1645 (datum
erfdeling)
hieruit:
4.1. Corstiaen, erft huis en land te Boxtel onder Onrooij;
4.2. Michiel, erft huis en land te Boxtel op de Roond;
4.3. Jenneken, huwt Adriaen Jan Goidstavens;
4.4. Henricxken, huwt Willem Corstiaens;
4.5. Anna, huwt Thomas Gijsbert Peters;
4.6. Aelken, huwt Evert Roelofs, overl. voor 7-11-1645; hun zoon is Jan, zijn
voogden in 1645 Mathijs Huijberts en Hendrick Roelofs
m.b.t. Thomas van Breugel:
BHIC 7636 Inv.nr. 110 jaar 1615 folio 166 Thomas
ende Jan gebroederen soo voir hen selven als mede voir Willemen henne wettighe
broeder ende voir Mariken hen suster, simpel ende onnosel voir een gedeelte.
Jan soene Claes Geraertssen van Nieuwelant ende Daniel Anthonis Willemssen man
ende mombair van Elijsabeth sijn huijsvrouwe. Erffgenaemen wijlen Claes
Geraertssen ende wijlen Angeneesken sijnder huijsvrouwe dochter wijlen Gerit
Geerlincx. Dierick Peterssen van Dormaelen als procuratie hebbende van Jannen
Diericxssen sijne soene als bij coope vercregen van Jannen Jan Platienhouwers
ende Lijsken dochter wijlen Jan Platienhauwers alias Hulsen. Jan soene Jans die
Gruijter als man ende mombair van Barbara sijn huijsvrouwe ende Heijlken
dochtere wijlen Jans Thomas van Bruchel ende mede voir Cathalijnen ende
Jenneken hen suster, also oock wittighe kijnderen ende erffgenaemen van wijlen
Jans Thomas van Breugell. Willem soene Jan Thomas van Bruegel als bij coope
vercregen van Mariken naergelaeten weduwe wijlen Dierick van Wissel oijck
dochtere wijlen Geerlincx Thomassen van Breugell. Ende bekent dat sij hebben
gescheijden ende gedeelt huijs, hofstadt, hoff metten landen daer aen gelegen
ende toebehoirende in die prochie van Sint Oeden Roede achter die capelle tot
Ollant. Aen Jannen soene Claes Gerartssen vande Nieuwelant ende Daniel Anthonis
Willemssen man ende mombair van Elijsabeh sijne huijsvrouwe, eenen hofstadt,
ende hoff metten lant daer aengelegen in die prochie ende plaetsen
voirschreven. Tusschen erffenisse Willem Jan Thomas mede condivident deen
sijde, dander sijde erffenis Thomas Thomassen van Breugel oijck mede
condivident ende de gemeijnte. (ref. WDvdM)