Kuringe; woont te Olland;
Dirck Frensse van
Kuringen heeft in 1688 een onwettige zoon Laurentius (Vrens) gekregen bij
Catharina Jacobs van Oirschot, zuster van Maria Jacobs van Oirschot geh.m.
Willem Janssen van Liempt
BHIC 7636 Inv.nr. 122 jaar 1684 folio 92+93 Dierck natuurlijcke soone tot sijne mondige jaere gecomen sijnde soo als hij verclaerde, een huijsken, hoff ende omtrent drij lopense teulant, gestaen ende gelegen binnen deeser vrijheijt ter plaetse aende heijde tusschen erffve Roelant van Curinge ende de Schootstraet aende een sijde ende metten andee sijde aen erffve Frans N. van Beeck, streckende van erffve de weduwe Wouter Evert Craene tot opde gemeijnt hem vercoopere aengecomen bij huwelijcke voorwaerde ende affgaen van tochte op huijden bijde weduwe Laureijns van Curinge ten behoeve van hem vercoopere aff gegaen. Heeft hij wettelijck ende erffelijck vercofft opgedragen ende over gegeven aen en ten behoeve van Claes Sijmens van de Velde. (ref. WDvdM)
hieruit k. Dircx van Kuringen:
1.2.1. Ruth
(Rutgerus) 18‑8‑1704, overl. voor 1767; huwt Peternel Maas;
S. Wilhelmus Iansen,
Catarina Ian Clasen (ref. dtb)
StO ORA Inv.nr. 188 jaar 1767 folio 788 Deijling tusschen Dirk van Kuringe, Dirk Jan Coopal man ende momboir van Johanna van Kuringe ende Jan Verwetering als in huwelijk hebbende Willemijna van Kuringen, inwoonderen soo alhier als binnen Boxtel. Tesamen kinderen en erfgenamen van wijlen Ruth van Kuringen ende Peternel Maas in leven egtelieden en inwoonderen alhier. O.a. Dirk van Kuringe een huijske met aangeleegen teul en groeslanden, geleegen onder Ollant, aan erve met eene seijde en eijnde de gemeente, de andere seijde de verkrijger van het derde lot, het andere eijnd, het tweede lot. Aan Dirk Coopal o.a. een huijs en hof met aangelegen teul en groeslanderijen, geleegen onder Olland en Houtum, aan erve met eene seijde de gemeente, de ander seijde het derde lot, het een eijnd, het eerste en derde loth, het ander eijnde Frederik van Hombergh.
1.2.2. Marie (Maria)
22‑12‑1707, overl. na 1735, huwt Daniel Schoenmakers;
S. Leonardus Dirx,
Maria Peter van Dinter (ref. dtb)
1.2.3. Cathalijn
(Catarina) 2‑3‑1712, overl. na 1735, huwt Jan Evert Peters;
S. Henricus Lenders,
Catarina van Brussel (ref. dtb)
Jenneken Janssen wonende te
Sint Oedenrode in het kwartier Peelland, dochter van wijlen Jan van Gestel,
verwekt bij Alijt Evertssen, verklaart dat ze nu is gehuwd met Laureijs Peeters
van Cueringen en de kost verdient in het landbouwbedrijf. Ze dient een verzoek
in om een legitimatiebrief. Het stuk is ondertekend door secretaris Cornelius
van Brueghel. Inliggend een klein briefje aan de Raad van Brabant n.a.v. de
uitgifte van de legitimatiebrief – 4 october 1649.
(ref. Henk Beijers, Bastaardgoederen RRG Domeinen BHIC Toegangsnr. 9 inv.nr.
327)
Laurens (Frens) Peters van Kuringen is getrouwd Sint
Oedenrode r.k. 18.1.1676 / 4.2.1676
met Helena Pennincx, geb. StO, dr.v. Aert Peter Paulus Pennincx en Elisabeth
Simon Willems.
BHIC 7636 Inv.nr. 164 jaar 1698 folio 509 Testament van Heijltien Aert Pennincx weduwe wijlen Laureijs Peeters van Curinge. Verder vermelding van Dierick natuerlijcke soone Laureijns van Curinge tegenwoordich bij haer woonende en huijshoudende. Clarra haere suster. Haere testateure overleden broeders en susters kijnderen in de plaets van henne ouders. (ref. WDvdM)
WSt: Theodorus (Dirck) van Kuringen huwt StO 25.8.1703 /
9.9.1703 met Joanna van Boxtel, geb. ca. 1677, dochter van Ruth Jansen van
Boxtel.
(Er is te St. Oedenrode een acte dd 21‑4‑1735 betreffende dit
gezin.) (ref. WSt)
StO ORA Inv.nr. 172 jaar 1719 folio 296 Aert Tomas en Teunis Cornelisse* de Ruijter gebroeders ter eenre en Dirk Frense van Ceuringe als man ende momboir van Jenneke Rutten sijn tegenwoordige huijsvrouw ter andere sijde. Die welcke verclaerde met malcanderen aengegaen te hebben eene erffscheijdinge ende deijlinge van de goederen hun luijden mits doode ende afflijvigheijt van Willemke Tomasse de Ruijter hunnen moetje erffelijk aengecomen. (ref. WDvdM)
* met Teunis Cornelisse is bedoeld: Cornelis Thomasse
StO ORA Inv.nr. 179 jaar 1735 folio 84 Deijling tussen Rutt Dirk Frensse van Ceuringe, Daniel Schoenmakers als in huwelijk hebbende Marie Dirx van Ceuringe, Jan Evert Peeters als in huwelijk hebbende Cathalijn Dirx van Ceuringe, van de goederen hen luijden mits doode en afflijvigheijt van Dirk Frensse van Cueringe ende Jenneke sijne huijsvrouwe henne ouders respectieve aangecomen soo sij verclaarde. O.a. aan Rutt Dirx van Ceuring een huijs, hoff en aangelagh, geleegen binnen deser vrijheijt ter plaatse tot Olant, deene sijde en een eijnde de gemeene straat, dander sijde de heer van Hanswijk, dander eijnde Jacobus Homberge. Aan Jan Evert Peeters een huijs en hof, gelegen ter plaatse Ollant, deen sijde de heer Santvoort, dander sijde de heer Rogier Leefdaal, met een eijnde, dander eijnde de straat. (ref. WDvdM)
Cathalijn
Thomas de Ruijter huwt(2) na 1678 Jan Jan Claessen, overl. voor 1691, hieruit
geen kinderen;
zij wordt o.a.
in 1694 genoemd als Cathalijn weduwe Jan Claes(sen);
zij is doopget. op 18‑8‑1704 bij de doop van haar kleinzoon Ruth,
zn.v. Jenneke;
Jan Claessen (van Liemde) is in 1688 borgemeester van Olland en Houtem
BHIC 7636 Inv.nr. 119 jaar 1670 folio 381 Cornelis, Cathalijn, meerder jaerich sijnde soo hij verclaerde, geassisteert met Wouter Gijsberts als gecoren momboir in desen ende Jan Sijmens van de Velde als man ende momboir van Willemken sijn huijsvrouwe alle kinderen ende erffgenamen van Thomas Janssen de Ruijter bij de selven ende bij weijlen Heijlken Nelissen zijne huijsvrouwe wettelijck verweckt. Hebben onderling gedaen ende gemaeckt eene erffscheijding ende deijlinge van de goederen, hen vermits der doot van henne ouders aen gecomen. O.a. sal Cathalijn Thomas Jans de Ruijter hebben, houden ende erffelijcke besitten, woonhuijs met de schop ende backhuijs met de gronden van erve daer aen gelegen, gelegen ter plaetse Ollandt. Tusschen erffenis heer Jacob van Dussen aen deen sijde ende metten eenen eijnde ende tusschen erffenis de erffgenamen van Jan van Roij c.s. aen dander sijde, streckende metten anderen eijnde op erve Willem Luijcas van de Ven ende de gemeijnte.
Uit bovenstaande akte blijkt dat Cathalijn op dat moment in 1670 nog niet gehuwd was.
BHIC 7636
Inv.nr. 121 jaar 1676 folio 41+43
Alsoo Jan Sijmens van de Velde gewesene man ende momboir van wijlen Willemke
dochtere Thomas Janssen de Ruijter, ende soo de voorschreven Willemke deser
werelt sonder maecken van testament noch wettige geborte naer te laeten is
comen te overlijden, soo is den voorschreven Jan Sijmen de goederen van de eersten
afflijvige naer lant rechts in tochte blijven besitten. Alsoo de voorschreven
Jan Sijmens bij scheijdingen ende deijlinge tusschen sijne vrouwe susters ende
broeder was ten deel gevallen een schuer, staande op het erf van Ruth Janssen
mede condivident onder de last dat hij gemelte van de Velde soude gehouden sijn
de schuer aff te brecken ende van de gront der voorschreven Ruth te verbrengen
etc.Verder vermelding van: Ruth Jan Willems man ende momboir van Cathalijn
dochtere Thomas Janssen de Ruijter ende Cornelis Thomas de Ruijter. Cornelis
Thomas. (ref. WDvdM)